Principeakkoord cao dierenartsen 2018

Op 16 januari 2018 hebben BPL en BPW een principeakkoord bereikt over een nieuwe cao voor de  Dierenartspraktijken.

  • Er wordt een cao aangegaan met een looptijd van 1 jaar, van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018.
  • Cao-partijen spreken voor de komende drie jaar af een index als maatstaf voor de loonsverhoging aan te houden. Gedurende de looptijd van de nieuwe cao worden op 1 januari 2018 de feitelijke en schaalbedragen verhoogd met de afgesproken index. Deze index bedraagt de loonstijging in het cao-seizoen 2017 conform het AWVN-cijfer totaal bedrijfsleven over de periode oktober 2016 tot oktober 2017. De uitkomst van de index bedraagt voor 2018 1,75%.
  • Er is overeenstemming bereikt over het invoeren van een nieuwe loongebouw met een overgangsregeling van 4 jaar.  Belangrijkste kenmerken van de nieuwe regeling zijn een hoger aanvangs- en eindsalaris met een aangepaste periodieke verhoging van 3%.

Overgangsregeling:
Voor de duur van 4 jaar blijft het huidige loongebouw met de bestaande minima/maxima én periodieken van 4% gehandhaafd voor medewerkers die vóór 1 januari 2018 in dienst zijn. Na een periode van 4 jaar gaan deze medewerkers over naar het nieuwe loongebouw plus collectieve loonsverhoging (zie onder)

Deze groep van bestaand personeel (in dienst vóór 1 januari 2018) ontvangt – naast de periodieke verhoging – de overeengekomen collectieve loonsverhoging van 2018. De schaalbedragen van het bestaande loongebouw worden met de collectieve loonsverhoging aangepast.

Medewerkers die in het huidige loongebouw vallen en óp of ná 1 januari 2018 promotie maken van functieniveau, worden per datum van de promotie naar het nieuwe loongebouw overgeplaatst (zie onder). Deze groep medewerkers ontvangt daarbij nog 1 x een (beoordelingsafhankelijke) loonsverhoging voor het functioneren in het voorafgaande jaar, waarbij de omvang van de periodiek 4% bedraagt naast de collectieve loonsverhoging van 2018.  

Nieuwe medewerkers die óp of ná 1 januari 2018 in dienst komen (zijn gekomen) worden ingeschaald in het nieuwe loongebouw (zie onder).

De loonbedragen (excl. verhoging 1-1-2018) per 1 januari 2018 van het oude nieuwe loongebouw zijn hieronder vermeld.

De loonbedragen per 1 januari 2018 (incl. verhoging 1-1-2018) van het nieuwe loongebouw zijn hieronder vermeld. 

  • Partijen leggen vast dat na aanname van een dierenarts A in een dierenartspraktijk de medewerker bij normaal functioneren maximaal 4 jaar in dit functieniveau verblijft.
  • Zwangerschap

In de cao zijn de volgende verwijzingen opgenomen uit relevante wet- en regelgeving, hiernaast geldt de relevante wet- en regelgeving.

Na mededeling van een zwangerschap door een werknemer, ligt de verantwoordelijkheid bij de werkgever om binnen 2 weken in gesprek te gaan over de consequenties die dit heeft. Dit gesprek gaat in op de arbeidsrisico’s en het beperken van deze risico’s, aanpassing van de werk- en rusttijden bij zwangerschap (zie arbeidstijdenwet) en de arbeidsvoorwaardelijke consequenties.

In overleg met werknemer kan het werk aangepast worden als de werkgever de mogelijke gevaren niet of onvoldoende kan wegnemen. In het uiterste geval krijgt de werknemer tijdelijk vervangende werkzaamheden aangeboden of hoeft deze tijdelijk niet te werken. Ook ziekmelden gaat in overleg met werknemer, de werknemer is bij ziekmelding niet beschikbaar voor (alternatieve) werkzaamheden. Een zwangere werknemer kan niet verplicht worden tot het werkzaam zijn in (nacht)diensten.

 

  • Vergoeding tijdens consignatiediensten

Voor elke telefonische oproep tijdens een consignatiedienst schrijft de werknemer 30 minuten werktijd, tenzij meerdere oproepen binnen dit half uur plaatsvinden. Indien de werknemer als gevolg van een oproep medische hulp moet verlenen, start de werktijd bij vertrek van huis en eindigt deze bij thuiskomen.

 

  1. Extra verlof

Werknemers kunnen jaarlijks 5 extra verlofdagen (bij een fulltime dienstverband) kopen. Het tijdstip van het opnemen van dit onbetaalde verlof en of dit in losse dagen of aansluitend wordt opgenomen, gebeurt na toestemming van de werkgever. Het recht tot het aankopen van extra verlofdagen vervalt aan het eind van het kalenderjaar. Ook kunnen werknemers jaarlijks maximaal 5 niet opgenomen vakantiedagen (bij een fulltime dienstverband) verkopen aan de werkgever.

 

Het principeakkoord is tot stand gekomen onder voorbehoud van goedkeuring van de respectievelijke achterbannen. Partijen zullen elkaar zo spoedig mogelijk informeren over de uitkomst van het achterbanberaad.